Productie
Kostprijs berekenen: voor- en nacalculatie voor producenten

De kostprijs van een eigen product is materiaal plus arbeid plus een deel van de vaste kosten. In vier stappen: stuklijst, normtijden keer uurtarief, overhead, en daarna nacalculeren. In het rekenvoorbeeld hieronder komt een bank op 509,30 aan kostprijs. De nacalculatie van dezelfde order kwam 7,7% hoger uit.
Waarom doet een goede kostprijs ertoe?
Omdat elke prijs er bovenop gebouwd wordt. Staat de kostprijs 8% te laag, dan gaat er op elke order ongemerkt 8% van de kostprijs van de marge af. Dat valt pas op bij de jaarcijfers, en dan is niet meer te zien welk product het lek was.
De kostprijs is ook de ondergrens bij korting. Een verkoper die 15% korting geeft, wil weten of er dan nog marge over is. Zonder betrouwbare kostprijs is dat gokken.
Welke onderdelen zitten in een integrale kostprijs?
Drie blokken. De integrale kostprijs is de som van alle drie.
- Materiaal. Alles uit de stuklijst, met het werkelijke verbruik inclusief snijverlies en uitval. Niet het netto-ontwerp.
- Arbeid. De normtijd per bewerking keer het uurtarief van de afdeling.
- Overhead. Kosten die niet aan een order hangen. Huur, machines en energie van de werkplaats zitten in het uurtarief; kantoor en verkoop komen er met een opslag bovenop.
Een variabele kostprijs telt alleen de eerste twee. Die is bruikbaar voor de vraag of een losse extra order de moeite waard is. Voor de prijslijst is de integrale kostprijs de ondergrens.
Hoe wordt het uurtarief berekend?
Het uurtarief is waar de meeste calculaties het mis hebben. Het is niet het brutoloon per uur.
Een fictieve stoffeerderij met 15 mensen in de productie. Een medewerker kost met werkgeverslasten 46.500 per jaar. Na verlof, ziekte, overleg en opruimen blijven er zo'n 1.500 uur over die echt aan een order besteed worden. Dat is 46.500 / 1.500 = 31,00 per uur.
Daar komt de overhead van de werkplaats bij: huur, machines, energie, gereedschap. Stel 157.500 per jaar. Over 15 mensen keer 1.500 uur is dat 22.500 productieve uren, dus 157.500 / 22.500 = 7,00 per uur. Het integrale uurtarief wordt 31,00 + 7,00 = 38,00.
Rekenvoorbeeld: wat kost een bank om te maken?
Een fictieve driezitsbank. Eerst de voorcalculatie, op normen.
Stap 1: materiaal uit de stuklijst. Het ontwerp vraagt 6,3 meter stof. Bij het snijden gaat er gemiddeld 10% verloren, dus de brutonorm is 6,3 / 0,9 = 7,0 meter. Tegen 18,00 per meter is dat 126,00. Frame 85,00, schuim 40,00, poten en klein materiaal 22,00. Totaal materiaal: 273,00.
Stap 2: arbeid op normtijd. Snijden 0,5 uur, naaien 1,5 uur, lijmen 0,75 uur, stofferen 2,25 uur. Samen 5,0 uur. Keer 38,00 is 190,00.
Stap 3: algemene kosten. Kantoor, verkoop en administratie worden met 10% opgeslagen op materiaal plus arbeid. Dat is 10% van 463,00 = 46,30.
De voorcalculatie: 273,00 + 190,00 + 46,30 = 509,30.
Stap 4: de nacalculatie. Na productie blijkt het snijden 7,6 meter te hebben gekost in plaats van 7,0. De rol was smaller dan de norm aannam. Dat is 0,6 × 18,00 = 10,80 extra. Het stofferen kostte 2,9 uur in plaats van 2,25, door een ingewikkelde stof. De totale tijd wordt 5,65 uur, keer 38,00 is 214,70.
Materiaal 283,80 plus arbeid 214,70 is 498,50. Met 10% opslag: 548,35. Het verschil met de voorcalculatie is 39,05, oftewel 7,7%. Bijna twee derde daarvan zit in arbeid (24,70), de rest in stof (10,80) en de opslag daarover (3,55).
Wat leert een nacalculatie die afwijkt?
Niet dat de order slecht ging, maar welke norm niet klopt. In het voorbeeld zijn dat er twee: de snijverliesfactor houdt geen rekening met rolbreedte, en de stoffeertijd hangt aan de stof, niet alleen aan het model.
Drie dingen die we tegenkwamen bij een meubelproducent met een eigen fabriek:
Een vaste snijverliesfactor voor alles. Het systeem rekende elke stof met netto / 0,9. Voor een effen stof op een brede rol is dat te ruim, voor een stof met een patroon dat moet doorlopen te krap. De factor hoort per stof en rolbreedte, en de nacalculatie levert de getallen om hem bij te stellen.
Een stuklijst die alleen de grote onderdelen kent. De fabriek werkte met een stuklijst zonder kleine onderdelen, en noemde zelf de fouten erin. Elke voorcalculatie erft die fouten. Een kostprijs is nooit beter dan de stuklijst eronder.
Stukloon verbergt de afwijking in arbeid. Bij stukloon is de arbeid per model vast. Werkt iemand sneller, dan stijgt zijn uurloon, niet de kostprijs. De nacalculatie op arbeid zegt dan weinig. Kijk daar vooral naar materiaal en naar de uren die buiten het stukloon vallen, zoals herstelwerk.
Hoe vaak moet de kostprijs herberekend worden?
Minstens één keer per jaar, bij de nieuwe loonafspraken. En direct als een grote materiaalprijs verandert. In de calculatie die we voor deze producent bouwen, valt elke prijs die 10% of meer afwijkt van de vorige versie uit voor een tweede blik. Dat vangt typefouten en verouderde inkoopprijzen voordat ze in een offerte belanden.
Nacalculeren op elke order is in Excel ondoenlijk. Met een scan per bewerkingsstap op de vloer komen de werkelijke tijden vanzelf binnen. Hoe zo'n scan werkt staat in Wat is een MES-systeem?. Wie de tijden per afdeling ook voor de planning gebruikt, leest verder bij capaciteitsplanning.
Hoe gaat het van kostprijs naar verkoopprijs?
Met een opslag, en daar zit een klassieke verwarring. Het prijsmodel van dezelfde producent deelt de kostprijs door 0,8. Dat geeft 509,30 / 0,8 = 636,63. Dat is 25% opslag op de kostprijs, maar 20% marge op de verkoopprijs. Wie 25% marge bedoelt, deelt door 0,75 en komt op 679,07.
Hoe pakken wij dit aan?
We halen stuklijst, inkoopprijzen en gereedmeldingen uit het ERP en leggen voor- en nacalculatie per order naast elkaar. Elke afwijking boven een grens gaat naar de calculator, die beslist of de norm aangepast wordt. De rekensom blijft van het team, de data komt vanzelf. Hoe zo'n koppeling met de bestaande systemen eruitziet staat bij datafundament.
Plan een Data Impact Scan en zie binnen een week voor welke producten de voorcalculatie het verst van de werkelijkheid af zit.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen voorcalculatie en nacalculatie?
De voorcalculatie rekent de kostprijs uit voordat er geproduceerd wordt, op normen: de stuklijst, de normtijden en het uurtarief. De nacalculatie rekent dezelfde order na met wat er echt verbruikt en gewerkt is. Het verschil tussen de twee laat zien welke norm niet klopt.
Wat is een integrale kostprijs?
Een kostprijs waarin alle kosten zitten, ook de indirecte: huur van de werkplaats, machines, kantoor, verkoop. Een variabele kostprijs telt alleen materiaal en direct werk. Voor de prijsstelling is de integrale kostprijs de ondergrens; voor een losse extra order kan de variabele genoeg zijn.
Hoe wordt een integraal uurtarief berekend?
Tel de loonkosten van een medewerker inclusief werkgeverslasten op bij zijn aandeel in de productie-overhead, en deel door het aantal productieve uren per jaar. Productieve uren zijn de uren aan een order, dus zonder verlof, ziekte, overleg en schoonmaak. Rond de 1.500 per jaar is een gangbare aanname bij een volle werkweek.
Wat is het verschil tussen opslag en marge?
Opslag is een percentage van de kostprijs, marge een percentage van de verkoopprijs. Een kostprijs delen door 0,8 geeft 25% opslag, maar 20% marge. Wie 25% marge wil, deelt door 0,75.
Stel een vraag over kostprijs berekenen
Laat je e-mailadres achter. Een solution architect uit het team reageert binnen een werkdag, met een eerste inschatting.
Liever het uitgebreide contactformulier




