Supply Chain
Wat is een SKU?

Een SKU (stock keeping unit) is de kleinste eenheid die apart op voorraad wordt bijgehouden: elke variant met een eigen code, een eigen voorraadstand en een eigen bestelregel. Bij een importeur van meubels werden 535 producten op die manier 1.737 SKU's. Elk van die SKU's vraagt een eigen voorspelling, buffer en plek in het magazijn.
Waarom doet het aantal SKU's ertoe?
Omdat voorraad per SKU wordt aangehouden, niet per product. De klant ziet één eettafel. Het magazijn ziet zes tafels: twee houtsoorten, drie maten. Elk van die zes moet er liggen als iemand hem bestelt.
Dat kost op drie plekken geld. Meer SKU's betekent meer veiligheidsvoorraad, meer magazijnlocaties en meer artikelen die blijven liggen als een variant niet loopt. Die laatste groep wordt incourante voorraad, en die ontstaat vaak in de staart van een variantenreeks.
Wat is het verschil tussen SKU, artikelnummer en EAN?
In de praktijk lopen de drie door elkaar, dus kort:
- SKU: de interne voorraadcode per variant. Het bedrijf bedenkt hem zelf.
- Artikelnummer: in Exact of AFAS meestal hetzelfde als de SKU. Soms is het een productcode met de varianten eronder.
- EAN (GTIN): het wereldwijde barcodenummer, uitgegeven via GS1. Dat staat op de verpakking en is van de leverancier of de merkhouder.
De vraag die telt: wat wordt apart geteld? Dat is de SKU, hoe het veld in het systeem ook heet.
Hoe groeit een assortiment uit tot duizenden SKU's?
Varianten vermenigvuldigen, ze tellen niet op. Bij de importeur stonden op de groothandelssite 535 producten. Daarvan waren er 270 enkelvoudig en 265 hadden varianten, vooral houtsoort keer afmeting. Die 265 werden samen 1.467 varianten, gemiddeld 5,5 per product. Opgeteld: 270 + 1.467 = 1.737 SKU's. Dat is 3,2 SKU's per product dat de klant ziet.
Het winkelkanaal van hetzelfde bedrijf toonde 442 producten en 1.066 SKU's. Een deel van de artikelnummers kwam op beide sites voor, dus twee kanalen trokken aan dezelfde voorraad.
Bij een meubelproducent met gestoffeerde banken is de som nog harder. Een fictief bankmodel: 12 opstellingen (2-zits, hoekbank, met of zonder hocker), 40 stoffen en 4 pootvarianten. Dat is 12 × 40 × 4 = 1.920 combinaties. Komt er een keuze in binnenwerk bij, dan worden het er 3.840. Voor één model.
Waarom kost een variant meer buffer dan verwacht?
Omdat vraag over varianten wordt verdeeld, en een kleine stroom relatief grilliger is. Een fictief voorbeeld, met de formule uit veiligheidsvoorraad berekenen:
Eén SKU. 40 stuks per week, standaardafwijking 12, levertijd vier weken, 95% servicegraad (z = 1,65). Buffer: 1,65 × 12 × √4 = 39,6, dus 40 stuks.
Dezelfde vraag over vier varianten. Elk 10 stuks per week. Bij onafhankelijke vraag is de spreiding per variant 12 / √4 = 6. Buffer per variant: 1,65 × 6 × 2 = 19,8, dus 20 stuks. Vier varianten: 80 stuks.
Dezelfde verkoop, twee keer zoveel buffer. De factor is de wortel van het aantal varianten: vier varianten geeft √4 = 2. In de praktijk valt het vaak slechter uit, omdat een variant met weinig verkoop ook nog eens grilliger verkoopt dan een rekenmodel aanneemt.
Welke fouten zien we in SKU-stamdata?
De configuratie in het artikelnummer stoppen. Bij de meubelproducent zat de opstelling in de code zelf: arm links, maat, arm rechts. Twee hockers verschilden één cijfer (1700 en 1710), en links of rechts was soms alleen de volgorde. Wie zo'n code met de hand overneemt, maakt precies daar de fout. In het nieuwe systeem staan stof, poten, binnenwerk, frame en onderstel als losse keuzes op de orderregel. Het model is het artikel; de keuze is configuratie.
Een SKU maken voor wat nooit op voorraad ligt. Een bank die pas na de order gestoffeerd wordt, hoeft geen 3.840 voorraadcodes. Alleen wat echt op de plank ligt (de stof op rol, de poten in de bak) heeft een voorraadstand nodig. De rest is een combinatie van onderdelen.
Diensten als voorraadartikel. In de Exact-administratie van de importeur stonden transport, montage en maatwerk tussen de voorraadartikelen. Die kregen negatieve standen, omdat er nooit iets ontvangen wordt. Elke voorraadtelling klopte daardoor net niet.
Dode varianten laten staan. Van alle artikelen die in een jaar iets verkochten, droegen de eerste 150 de helft van de omzet. De staart blijft zichtbaar in de webshop en blijft dus besteld worden, tenzij iemand per variant besluit dat hij eruit gaat.
Hoe pakken wij een SKU-explosie aan?
Eerst tellen, op de eigen data uit Exact, AFAS of het ERP: hoeveel SKU's per product, welke varianten verkopen en welke alleen voorraad vasthouden. Dan per variantas de vraag of hij op voorraad moet of op bestelling gemaakt kan worden. Wat op bestelling kan, gaat als configuratie op de orderregel en verdwijnt uit de voorraadlijst.
Voor de SKU's die blijven, maakt een betere voorspelling de spreiding en dus de buffer kleiner. Bij een internationale fabrikant ging de forecast-nauwkeurigheid van 40% naar 86%. Hoe dat werkt staat bij forecast accuracy.
Plan een Data Impact Scan en zie binnen een week hoeveel van de SKU's de omzet dragen en hoeveel er alleen voorraad vasthouden.
Veelgestelde vragen
Wat betekent SKU?
SKU staat voor stock keeping unit: de kleinste eenheid die apart op voorraad wordt bijgehouden. Elke variant die apart geteld, besteld en gepickt wordt, krijgt een eigen SKU. Een tafel in twee houtsoorten en drie maten is dus een product met zes SKU's.
Wat is het verschil tussen een SKU en een EAN-code?
Een SKU is een interne code die het bedrijf zelf bedenkt. Een EAN-code (officieel GTIN) is een wereldwijd uniek nummer, uitgegeven via GS1, dat de leverancier op het product zet. Eén SKU heeft hooguit één EAN per verpakkingseenheid, maar niet elke SKU heeft er een nodig.
Hoe wordt een goede SKU-code opgebouwd?
Kort, zonder spaties, en met een vaste volgorde: eerst het model, dan de varianten. Betekenis in de code helpt bij het lezen, maar elke wijziging in het assortiment kan de logica breken. Leg de eigenschappen daarom ook als losse velden vast, en laat het systeem de code daaruit afleiden.
Hoeveel SKU's zijn te veel?
Er is geen vast getal. Een signaal is dat een klein deel van de SKU's het grootste deel van de omzet draagt, terwijl de rest voorraad vasthoudt. Bij een importeur droegen 150 artikelen de helft van de omzet. Dan loont het om per variant te vragen of die op de plank moet liggen of op bestelling gemaakt kan worden.
Stel een vraag over SKU
Laat je e-mailadres achter. Een solution architect uit het team reageert binnen een werkdag, met een eerste inschatting.
Liever het uitgebreide contactformulier




